HOE SCOORT U MET UW ZAKELIJKE OMGANGSVORMEN?

Vraag 1 van 6

Ik maak kennis met een nieuwe klant. Het klikt meteen tussen ons.
Ik stel mij voor met mijn voor- en achternaam en tutoyeer hem
    zonder enig probleem.
Ik wacht met tutoyeren tot de klant het initiatief daartoe neemt.
Ik stel voor elkaar te tutoyeren.
Ik blijf altijd u zeggen tegen een oudere klant, ook al tutoyeert hij mij.


Vraag 2 van 6

Een vrouwelijke collega en ik (man) lopen door de gang en komen onderaan een trap.
Ik ga voor, want de man gaat altijd voor de vrouw de trap op.
Dames gaan voor, dus laat ik mijn collega als eerste de trap opgaan.
Als mijn collega een broek aan heeft, gaat zij voor; draagt zij een rok,
    dan ga ik eerst.
Ik laat aan haar over wie voorgaat want bij collega's luistert
    dit soort dingen niet zo nauw.


Vraag 3 van 6

Ik zit in bespreking met een klant. Plotseling gaat mijn mobiele telefoon.
Ik neem op en voer het telefoongesprek even tussendoor.
    Bij een grote klant zou ik dat natuurlijk niet doen.
Ik neem op en voer het telefoongesprek verder in de gang,
    waar de klant niet bij is.
Ik vraag de klant retorisch om toestemming, neem op en
    vraag of ik mag terugbellen.
Ik zet de telefoon op 'uit' en bied de klant mijn excuses aan.


Vraag 4 van 6

Zo gauw een man gaat staan, doet hij zijn jasje dicht.
Ja, altijd.
Ja, als je een buikje te camoufleren hebt, wel.
Ja, behalve als je een pak met vest draagt, dan hoeft het weer niet.
Nee, dat geldt alleen in de situatie dat je iemand een hand geeft.


Vraag 5 van 6

Vanmiddag is de afscheidsreceptie van mijn baas.
Dit is een goede gelegenheid om met directe collega's eens te spreken
    over andere dan kantoorzaken.
Gelukkig is een van de gasten een goede vriend van mij; samen
    met hem houd ik het wel uit tot ik met goed fatsoen weg kan.
Ondanks de bediening zorg ik ervoor dat het de gasten niet
    ontbreekt aan hapjes en drankjes.
Als vertegenwoordiger van mijn bedrijf meng ik mij onder
    de gasten en stel ik hen op hun gemak.


Vraag 6 van 6

Aan tafel
begin ik met eten nadat er even stilte gehouden is.
wacht ik met eten tot de gastheer met de wijn getoost heeft.
begin ik met eten als de gastvrouw begonnen is.
begin ik altijd meteen: het is jammer als het eten koud wordt.